Auteur Topic: DE KROONVLAG  (gelezen 84796 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline Willem Visser

  • Administrator
  • Hero Member
  • Berichten: 4177
  • Geslacht: Man
Re: DE KROONVLAG
« Reactie #30 Gepost op: ma/ 2/jun/2014 : 11 : 40 »
Holland's Glorie op z'n best (Uit de Kroonvlag februari 1978)

Donderdag 6 januari 1927 ontving de marconist van de VULCANUS (KNSM), op de reis van Amsterdam naar Puerto Barrios, in alle vroege een radiobericht van een Amerikaans passagiersschip dat de wacht hield bij de Amerikaanse 4-mast schoener FEARLESS die met een gebroken roerlag. In een radiobericht werd verzocht hulp te verlenen. Daarvoor moest de VULCANUS 20 mijl uit haar koers. Om 10 uur's ochtends werd de schoener bereikt die zich op 19'25’N.Br. en 65 41’ W.L. dus ten N.O. van Puerto Rico. bevond. Direct nadat de VULCANUS de beide schepen had bereikt, vertrok het passagiersschip, dat wel nooit met meer vreugde het saluutsignaal gegeven zal hebben als deze morgen, want het had door het wacht houden zeer grote vertraging opgelopen.

Na bespreking aan boord van de FEARLESS, die een volle lading hout, ook als deklast had, was om 12 uur de verbinding met één tros tot stand gebracht. De sleepreis kon nu beginnen, langzaam vooruit. Het was windstil met kalme zee. Binnen een half uur echter brak de tros. Anderhalf uur later was opnieuw vastgemaakt en om 2 uur kon de reis worden vervolgd. Dit verbinding maken was een zwaar karwei. De gebroken tros moest eerst aan boord van de VULCANUS gehieuwd worden. Daarna door twee matrozen in de werkboot naar de schoener worden geroeid, waarbij de tros langzaam vanaf de VULCANUS gevierd werd. De tros was om het luikhoofd van ruim 3 gelegd, daar ruim 4 te laag in de achterkuil lag. Om half drie brak de tros voor de tweede keer maar een uurtje later was de verbinding weer hersteld, zodat verder kon worden gevaren.

De VULCANUS met de FEARLESS op sleeptouw, nadert San Juan de Puerto Rico

's Avonds tegen zes uur begaf de tros het voor de derde keer, waarna om half tien weer kon worden vastgemaakt. Vrijdagochtend werd de verbinding voor de vierde keer verbroken. tegen zes uur waren we weer vaarklaar. Om half elf werd met een tweede tros verbinding gemaakt uit voorzorg voor het binnenvaren van de haven van San Juan de Puerto Rico. Bij dit binnenvaren dreigde toch nog alles mis te gaan. doordat de stuurloze schoener bij een richtingverandering buiten de vaargeulboei om gierde. waarbij één tros brak en de overblijvende tros begon te gloeien tengevolge van de enorme spanning die erop kwam te staan. Maar deze tros hield het.

Tegen 12 uur verbrak de VULCANUS de verbinding en ging de FEARLESS meteen voor anker. Daarmede was de sleepreis over circa 60 mijl in 24 uur toch nog tot een goed eind gebracht. Het aandeel in het bergloon werd een jaar later aan de bemanning van de VULCANUS naar gelang van hun gage uitbetaald. Voor een bediende met een gage van f 40,- per maand bedroeg dit bijvoorbeeld f 6,-

B. Vallegia

Bemanning Vulcanus 50 jaar geleden

Kapitein J. van der Veer
1ste stuurman Zijlmaker
2de stuurman C. Drijver
3de stuurman W. Hoedemaker
Stm. leerling A. van Swieten
1ste machinist C. Kramer
2de machinist W. Plantinga
3de machinist Th. Visser

Marconist J. van den Brink
Ass. machinist J. van Mameren
Bootsman M. Harteveld
Timmerman D. Wuis
Matroos A. Dorland
Matroos L. Knoester
Matroos A. van Zon
Matroos E. Bont

Matroos o/g J. de Best
Olieman W. van Spankeren
Olieman J. de Vlieg
Stoker J. Plugge
Stoker A. Buurman
Stoker G. de Haan
Tremmer P. Klaasen
Tremmer l. van Dok

Hofmeester J. van Lierde
Kok W. de Groot
Koksmaat N. Jans
Kajuitbediende B. Valleggia
Messroombediende Jan Kouseband
« Laatst bewerkt op: wo/16/aug/2017 : 13 : 04 door Willem Visser »
GR. WILLEM V. / OLD SAILORS NEVER DIE

Offline Willem Visser

  • Administrator
  • Hero Member
  • Berichten: 4177
  • Geslacht: Man
Re: DE KROONVLAG
« Reactie #31 Gepost op: wo/ 4/jun/2014 : 18 : 03 »
Uit de Kroonvlag nov. 1972

Meevaren naar St.Maarten en Tortola
Met haar echtgenoot, kapitein R. J. Carrière, heeft mevrouw Carrière-van Schaik een grote reis met de 'Aristoteles' van de KNSM gemaakt. Voor onze lezers schreef zij een verslag over haar bezoek aan St. Maarten en Tortola. Hierdoor kunt U kennis maken met de 'wonder' wereld op deze met natuurschoon zeer begunstigde tropische eilanden.

Na Santander in Noord-Spanje is St. Maarten de eerste aanloophaven. De oceaan heeÍt zich deze keer van haar vriendelijkste kant laten zien, koel tot de Azoren maar daarna in temperatuur snel oplopend, via warm naar zeer warm. Een prachtige blauwe zee, waarin het schip een wit spoor trekt waaruit de vliegende vissen trillend wegschieten om meters verder weer in de golven te duiken. En boven dit alles de wijde blauwe hemel, waarin wat witte wolkendoddels als stijfgeslagen eiwit boven de kim hangen. De nachten zijn stil en warm met fonkelende sterren en een wassende maan, die een zilveren baan over zee trekt. Zo naderen we St. Maarten, dat we bij de eerste dageraad aanlopen.

St. Maarten
De bergen zijn donkere silhouetten in het vroege ochtendlicht, de zon komt snel op en trekt zich nog even terug achter een wolkenbank. De regennevels om de bergtoppen verrassen ons op een mals buitje, maar dat is zo voorbij en stralend in de warme zon ligt daar dan het eiland te wachten als we gemeerd.zijn aan de pier, die uitsteekt in zee. We krijgen een autotocht aangeboden en dat wordt een verrassing zo het eiland te verkennen. Vanaf Philipsburg via de oude zoutpannen naar het Westen. We klimmen hoog de berg op, waar we een eerste schitterend uitzicht hebben op de zee. Bergafwaarts langs het vliegveld, er wordt hier flink gebouwd aan hotels voor de toeristen. Wat een ruimte is hier nog. Via de landtong om de grote lagune naar het Franse gedeelte, we rijden door het enorme recreatiegebied van Ford met zijn bungalows, sportvelden, eigen watervoorziening en waterzuivering.

Marigot
Door Marigot heen en dan weer de bergen in en op naar het dak van St. Maarten, de Pic Paradis, ruim 400 meter hoog. We stijgen snel, rechts van ons diepe dalen met oude plantages, waar de koeien los tussendoor scharrelen op de hellingen. Er is hier veel meer plantengroei, groener met hoge bomen waar de orchideeën aan hangen. De lucht is wat koeler hier. Boven op de top staan de Franse radio-masten en van daaruit hebben we een grandioos uitzicht over de baai, waar we de 'Aristoteles' als een notendopje aan de pier zien. We klauteren nog naar de andere kant, waar we uitkijken over een lagune. Dan dalen we de berg af en rijden naar Grande Case, het blijft bergachtig. Na Grande Case buigen we links af over een weg, die geen weg meer is, naar de kust en dat wordt een prachtige rit; zo langs de zee te rijden en haar steeds weer anders te zien. Een vreemd grillig landschap, hellingen met grote ronde cactea, rotsblokken, diepe kuilen, stijl omhoog slingerend omlaag. We komen tenslotte weer in Philipsburg en stappen erg voldaan weer aan boord. 's Avonds laten we St. Maarten weer achter ons en de volgende morgen is het nog donker als ik boven kom voor het aanlopen van Tortola.

Tortola
Ver weg tinkelende lichtjes in de baai. Vóór ons het silhouet van een hoog rotseiland. Heel aarzelend begint het te dagen en rondkijkend zie ik ineens overal bergen uit zee oprijzen. Sombere massieve klompen naar het schijnt, waarvan hier en daar de witte rotsen het eerste luttele morgenlicht weerkaatsen. Een geheimzinnig zwijgende wereld, die me hevig fascineert. Hoog in de lucht worden de fijne ijle wolkjes nu roze gekleurd en even later staat de hemel in vlam, de eilanden verliezen hun geheimzinnigheid en tonen hun schrale begroeiing. We varen nu recht op Tortola af en in eens zijn de hoogste toppen van de bergen in het gouden morgenlicht en langzaam kruipt het licht koesterend de hellingen af en zet de huizen in het vroege zonlicht.

Baai van Tortola.
De baai licht op van donkerblauw naar lichtgroen. Na een stoot op de fluit, waarvan iedereen wel wakker zal zijn zo schalt het tegen de bergen op, komt het loodsbootje rap aan tuffen en brengt ons de loods, die ons binnenbrengt en om zeven uur liggen we dan keurig gemeerd. Ik heb de berg al gezien, waar ik tegenop wil. De weg slingert omhoog en na het ontbijt ga ik op pad. Bij iedere bocht bij het stijgen zie ik de 'Aristoteles’ onder een andere hoek en telkens heb ik weer een verder uitzicht over de groene baai. Het is meer dan warm, de lucht trilt. Langs de weg liggen wat huisjes in tuintjes, waarde bloemen nog dapper hun best doen op de rotsige grond. Diep beneden staan cocospalmen, links loopt de bergwand steil op; er staan wat ezeltjes en geitjes op de rotspunten verbaasd te zijn en hoog boven knettert een vuurtje en stijgt de rook recht omhoog. Ik zou wel door willen lopen en achter de berg kijken, maar ik moet weer terug en daal uit de stilte de weg af naar de 'Aristoteles', waar men druk bezig is met het lossen. En 's middags verlaten we het eiland weer en door mijn kijker kan ik dan de weg volgen, waar ik 's morgens liep. Tussen de eilandjes door, die er nu in het volle zonlicht zo heel anders uitzien, zoeken we weer het open water op en vervolgen onze reis. Ik had weer even mogen kijken in een voor mij wondere wereld.

Th. J. Carrière-van Schaik.
« Laatst bewerkt op: wo/16/aug/2017 : 13 : 09 door Willem Visser »
GR. WILLEM V. / OLD SAILORS NEVER DIE

Offline Willem Visser

  • Administrator
  • Hero Member
  • Berichten: 4177
  • Geslacht: Man
Re: DE KROONVLAG
« Reactie #32 Gepost op: do/ 5/jun/2014 : 15 : 13 »
Uit de Kroonvlag aug. / sep. 1980

Groeten uit de Caraïbische Zee!!!

Passagieren op Curaçao - Venezolaanse belevenissen.

Het scheepsdagboek vermeldt in nuchtere bewoordingen de werkzaamheden die aan boord werden uitgevoerd tijdens onze ligdagen op Curaçao. Na de hele echte haast niet voor te stellen rustdag op zondag de 17de februari, wordt op maandagochtend met lossen begonnen. Het gaat evenwel niet zo van harte. Zeer waarschijnlijk zit het carnaval de mensen toch wel diep in de benen of wáár zoiets zich dan ook mag nestelen. Bovendien geeft de dekkraan wat moeilijkheden. Dinsdag wordt er de gehele dag gewerkt tot 17.00 uur. Kort daarop zouden we kunnen vertrekken, maar dat wordt toch niet eerder dan 20.00 uur. In verband met de viering van carnaval is vandaag de 'bootjesbrug’ gesloten gebleven. Dit betekent dat we Willemstad in tropische duisternis gaan verlaten, zoals we er ook zijn binnengevaren.

Willemstad
Maar ho, ho, wacht even, zover zijn we nog lang niet. Voor degene die zich kunnen vrijmaken (en dat word bij toerbeurt zo eerlijk mogelijk geregeld) ligt hier het warme Curaçao met open armen te wachten. De groen blauwe baaien liggen in de herinnering van enkelen uitnodigend te glinsteren voor een spartelpartij in het heldere water. De zondag maken we een rit met de auto van meneer de Lange, gastvrij door hem ter beschikking gesteld. Maandag en dinsdag in een wagen van Avis, even hartelijk te onzer beschikking gesteld, maar wel met betaling achteraf. Het is een super kar: een Toyata Crown Super Saloon 2600 automaat, uiteraard met aircondition. Wat wij, gewone sterveling, thuis in ons eigen karretje met de hand doen, gaat hier elektrisch. Om te rillen (die airco). Om eerlijk te zijn hadden we een eenvoudig type moeten hebben, maar dat wagentje is niet op tijd teruggebracht, dus dan maar in deze salon op wielen gestapt. We hebben het eiland in alle richtingen overgecrossed, zowel over de mooie gladde asfaltwegen als de minder begaanbare zijweggetjes, maar daar was het wel zo interessant.

Jaanchie's restaurant, een gezellige tent vlakbij West point Beach
Heel erg boeiend is een bezoek aan het nationale park ’De Christoffelberg’. Hier zijn drie routes uitgezet voor automobilisten. Je kunt vanaf 7 uur in de ochtend naar binnen en verder op elk gewenst tijdstip, met dien verstande dat je ’s middags om 3 uur weer uit moet zijn. dan word het park afgesloten. Bij het verlaten van het park moet je je trouwens weer afmelden. De auto’s die zich niet hebben afgemeld, worden verondersteld onderweg met pech te staan. dat betekent dat 3 uur een terreinwagen het park in gaat om de onfortuinlijke te zoeken. En narigheden op de wegen in dit park is echt niet zo prettig. Heel in het begin n.l. is er een geasfalteerde weg, maar die gaat al spoedig over in zandwegen met zeer ruwe steenslag. Bovendien bijna alle bijzonder smal, vandaar dat het  bijna overal éénrichtingsverkeer is, gelukkig maar! Verder kom je enkele hellingen tegen, zowel op als af, van maar liefst 45 graden. Er staan waarschuwingsborden zodra er zo’n gladjanus verwacht kan gaan worden. Wanneer je bovenaan staat en in die diepte kijkt over je verhitte motorkap, dan stokt je adem wel heel eventjes. Vooral die losse en ruige steenslag geven je visioenen van holder de bolder naar beneden rollen zonder daar controle over te hebben. Maar alles gaat prima en de hellingen op af evenzo. Maar je moet toch echt wel een auto om je heen hebben die technisch goed in orde is, op dat het visioen geen realiteit word!

Camera's worden hier druk gehanteerd
Op een heel smal stuk weg, ergens in de hoogte, stuitten we inderdaad op een pechvogel! Gelukkig is het een recht en vlak gedeelte. Hun grote Amerikaan heeft het laten afweten. De weg is hier smal en we kunnen er zonder meer ook niet langs. Behulpzaamheid is onder de omstandigheden natuurlijk wel een eerste vereiste. Geleerd buigen wij ons over de zwijgende motor, maar die kijkt ons alleen maar gloeiend koortsig aan, bijna vijandig zou je bijna zeggen. Er word hier dan ook wel wat van ze gevraagd. Het enige wat we kunnen, is de zware wagen proberen opzij te duwen, van de weg af, zodat wij er langs kunnen. Van de vier inzittenden kunnen we twee dames en een heer meenemen om ze bij de ingang van het park af te leveren. De chaufferende heer blijft ontgoocheld achter. Het is inderdaad niet zo gezellig. Je weet wel dat je beslist niet aan het einde van de aardbol zit, maar gewoon op een onbewoond deel van Curaçao. Maar toch de verlatenheid om je heen, de hete zon op deze plek, zonde verkoelende wind, maakt het hier wel tot een dorstig paradijs vol met, nu ineens erg onvriendelijke ogende cactussen. Op andere plekken horen en zien we krijsende Aruba parkieten en andere mooie vogeltjes. Ze zijn echter zo snel, dat je ze niet voor de lens krijgt voor een dia of film. kleine leguanen ritselen om ons heen. Onze rit met passagiers verder zonder incident. We hopen alleen maar dat onfortuinlijke meneer die we hebben achtergelaten , binnen niet al te lange tijd uit zijn isolement is verlost.

De laatste middag op Curaçao doorgebracht in Willemstad. Eerst naar Kroonvlag waar ik de heren de de Winter , de Lange en Schnitger weer ontmoet. Ook nog de heer van Nes uit New York, die ik nota bene daar misliep. Ook hier blijkt de wereld klein te zijn. Wat me altijd opvalt van kantoren in de tropen is de schemer, waarin de mensen hun werk verrichten. Als je van buiten komt , uit het felle zonlicht binnenkomt doet dat inderdaad weldadig aan en als zodanig zal het ook wel bedoeld zijn. Maar om daar nu de hele dag je mooie bruine ogen aan te moeten wagen , is misschien toch wel zonde. Maar goed gied ook hier worden de mensen gepensioneerd, dus het zal allemaal wel meevallen, Shopping of 'alleen maar kijken' is gezellig in het winkelcentrum van Willemstad. Overal een mengeling van bonte kleuren die alles (ook nog beschenen door de Caraïbische koperen ploert) een vrolijke aanblik geeft. Af en toe denk je ' loop ik nou op een warme zomerse dag in een bezienswaardig stadje  in Nederland of ben ik echt op enige duizenden kilometeres naar het westen aan de wandel'. Als ik weer bij de schipbrug kom om naar de overkant te gaan, is deze geopend. Geen nood echter, want dan vaart er een pont op en neer tussen de twee stadsdelen, gratis voor niks, maar wel stampvol. Toch ook weer een hele leuke ervaring. Tegen het eind van de middag naar het Zeemanshuis waar de koelte  en een koele dronk voor een toch welkome afwisseling zorgen. Er is hier heel wat te koop voor lage prijzen, vooral op kledinggebied. er zijn gezellige zitjes die noden tot praten en lezen. Tenslotte de 'salon-op-wielen' teruggebracht naar het verhuurbedrijf en op mijn vraag oÍ ik misschien naar het schip zou kunnen worden gereden, gaat er meteen een aardige dame achter het stuur zitten. Zij gaat me naar de STENTOR brengen. Het blijkt wel net het spitsuur te zijn en we zitten direct al in een kilometerslange file van blik. Ik zie de lekkere hap van onze kok Suiding al de mist in gaan en als het even niet wil, nog de STENTOR aan de blauwe horizon verdwijnen ook. Maar gelukkig niets van dit alles. De aardige dame weet raad. Pardoes rijdt ze van de weg af, de berm in en denk nu niet dat dat welig groen gras is. Enkel diepe en minder diepe kuien en lekkere stevige keien, met kwistige hand rondgestrooid. Ons salonnetje hotst en botst er doorheen. Petje af voor de vering. Het is dus wel een wat hardhandige manier, maar de file is nu snel bedwongen, zodat ik keurig op tijd word afgeleverd bij de gangway.

Vanavond 19 februari te 20.00 uur gaan we van de kant. Er is zojuist een schroefverstelpomp uitgevallen, zodat besloten wordt assistentie van een sleepboot te vragen teneinde de STENTOR in een veilige positie te manoeuvreren. En nu weer op naar zee. Eigenlijk het jammer dat we niet met daglicht het eiland verlaten, maar aan de andere kant is de aanblik die het verlichte Willemstad weer biedt als een sprookje. het is bovendien de laatste carnavalsavond, zodat er een enorme drukte heerst langs de waterkant en in het centrum. Honderden en nog eens honderden staan aan het water naar ons te zwaaien als we statig langsvaren. Indrukwekkend en hartverwarmend. Het is geen gebruik en het is niet noodzakelijk, maar dit is een bijzonder moment. Daarom geeft de STENTOR ten afscheid haar machtig fluitsignaal, dat zwaar over water en stad galmt. Het is maar één nacht varen naar onze volgende bestemming, La Guaira, en tegen kwart voor elÍ in de ochtend liggen we op de rede van deze Venezolaanse havenstad. Er blijkt geen ligplaats beschikbaar te zijn, zodat we in het zicht van de haven en de kustlijn, voor anker gaan. Warm blaast het zonlicht op schip en mens. ln de voormast zitten een paar vogels te kwetteren. Die zijn een dagje naar zee. We liggen dan wel ten anker, maar stil liggen we niet. Er staat een behoorlijke deining die ons met stevige hand op en neer wiegt. Verder geen geluid, alles stil en in rust. In gepeins verzonken kijk ik naar de hoge bergruggen van de Andes. Als heersers zie ik ze, breed en duizenden meters hoog, hun kammen in zware wolken verborgen. Ze scheiden het Zuidamerikaanse achterland van deze strook aan de zee, waar de havens zijn, met enkele grote, moderne hotels en het vliegveld bij La Guaira, waar 's zaterdags de Concorde opstijgt. De mens heeft zich evenwel door deze massieven heen gegraven, letterlijk en figuurlijk en een brede verbindingsweg ligt nu tussen de zee en de hoofdstad Caracas. Een in de spitsuren razend drukke autostrada. Toen we nog varende waren, op weg naar onze ankerplaats, werden we begeleid door groepen dolfijnen, die vrolijk buitelend ons de loef probeerden af te steken. Allemaal tegelijk schieten ze  uit het water omhoog, maken een boog door de lucht en plonsen gladjes weer in de golven. Nu het schip stil ligt is er voor hen geen gein meer aan. Ze zijn verdwenen, op zoek naar een nieuwe speelkameraad.

Ten anker op de rede van La Guaira
In de namiddag komt  bericht dat we morgenochtend vroeg naar binnen kunnen. Waarschijnlijk dan alweer in de middag vertrek. Ik hoop nog wel naar Carácas te kunnen gaan. Zoals vaak in de transportwereld schijnt te moeten gebeuren, zullen we dit ook maar weer moeten afwachten. Er blijkt feitelijk weinig zeker te zijn op onze reis. Onze eerstvolgende bestemming (om over de verderop liggende maar helemaal niet te spreken) is steeds weer een verrassing. In mijn kortsstondige zeemansloopbaan komt dit althans zo bij mij over. De 'beroeps' blijven er erg laconiek onder. ' Wehoren het wel of we zien het wel' is de basis van de filosofie. Of het over 5 dagen Sant Domingo zal zijn, met of zonder Rio Haina en over 10 dagen wel of niet Houston, het ligt nog steeds der toekomst verborgen. Ik bedoel hier beslist niet te zeggen dat men er 'apatisch' onder is. verre van dat. Maar jarenlang met hetzelfde bijlyje hakken (overigings een vreemde bezigheid voor een goede zeeman), kan ook een goede leerschool zijn. 's Avonds, wiegend op de Venezolaanse dining, de was weer eens gedaan. Aan boord zijn prima wasfaciliteiten, maar het beetje dat ik te wassen heb, gaat gemakkelijk in de wastafel. Een scheutje waspoeder van thuis en ziedaar, een lekker schuimend sopje doet de rest. Dan alles aan het drooglijntje dat ik gespannen heb in de douchecel en morgenochtend is al het goed kurkdroog dankzij het uitstekende luchtafzuigsysteem. Wie zei er iets over strijken? Even de vlakke hand erover erover en het wonder is geschied. Wanneer ik weer aan dek kom, flonkeren en glinsteren eindeloze aantallen lichtjes van de stad La Guaira me tegemoet. Een van de matrozen en motorman Bremer zijn aan het vissen. Alleen maar een lange lijn met een kunstvisje eraan. Ze hebben al wat gevangen, een soort makreel, die nog geen drie minuten nadat hij zijn waterwereld gedwongen heeft moeten verlaten, al ligt te sissen in de olijfolie, na behendig te zijn ontdaan van het inwendige. Volgens bootsman Villar Marino zijn de koppen het lekkerst, compleet met de ogen. Ik geef hem graag gelijk, maar bepaal mezelf tot een middenstukje. 2de stuurman Boom mag de werphengel van meneer Bremer ook eens hanteren en waarachtig, hij slaagt erin twee vissen aan dek te krijgen. Een hoop gespartel, maar ook zij ontgaan hun noodlot, gevat in olijfolie niet, hetgeen blijkt uit een hernieuwd gesis uit de kombuis. Van boven klinkt een schreeuw 'deur dicht' van de kapitein. De baklucht kan hem niet bekoren. althans niet op dit uur van de avond.

Nachtelijk visvangst op rede van La Guaira
Daar zou ik bijna vergeten te vermelden dat de bootsman zijn verjaardag heeft gevierd. ln zijn eigen met een aantal 'genodigden', bier, sodawater, blokjes ijs en wat hartigs. Zo'n viering is ongetwijfeld anders dan thuis, maar in ieder geval zijn dit toch een paar extra gezellige uurtjes, waarin de vooral komische verhalen uit het jarenlange zeemansbestaan worden uitgewisseld. Nog even terug naar de vispartij. Motorman Bremer is inmiddels belust op zwaardere buit. Hij heeft nu levend aas aan de lijn en hoopt daarmee een barracuda te verschalken. 'Die kunnen tot 2 meter lang worden', verzekert hij me, 'maar als ik die aan de lijn krijg, moet ik hem toch laten gaan. Veel te zwaar voor deze dunne lijn. Maar een kleintje moet wel lukken'. Dat zou best het geval hebben kunnen zijn, ware het niet dat onze barracuda ook niet van gisteren is. Hij laat zich niet beetnemen door de eerste de beste Hollander. lk zie hem in gedachten nog grijnzen: die lui van de STENTOR toch!

Verjaardag bootsman
Donderdagochtend 21 februari lopen we in alle vroegte de haven van La Guaira binnen. Al gauw zien we de heer Bruinsma, port superintendent voor Venezuela, de gangway opklimmen. Hij brengt me naar het kantoor van Transportadora General Venezolana C.A., agenten voor o.m. de KNSM. Hier maak ik kennis met de heer Geers. De koffie brouwt hij zelf in een automatische toestand. Even later komt de heer Van Boxtel binnen (hoor ik daar de klokjes van de een of andere gerstenatfabrikant klingelen?). De bedoeling is dat hij mij naar Carácas zal brengen, naar het hoofdkantoor van TGV. De heer Van Boxtel zit nog uit te puffen van de rit naar La Guaira over de drukke straatweg.En zometeen alweer dezelfde weg terug. Na wat Europese en Zuidamerikaanse verhalen te hebben uitgewisseld gaan we op weg. Het is een mooie rit, de imponerende bergmassieven tegemoet. Op een gegeven moment verdwijnen we in het binnenste van de Andes. Dit gaat zo nog enkele keren totdat we de stad Caracas vóór ons zien liggen. Op het hoofdkantoor van TGV kennis gemaakt met de heer Teunissen, vice-president en in de middag ook nog met de President, de heer H. Luciani. Zijn broer Marcos is operating manager in  La Guaira. Samen met de heren Teunissen en Van Boxtel in de stad gegeten in een zeer druk bezochte gelegenheid. Ik laat me door mijn gastheer adviseren en daar heb ik geen spijt van. Heerlijk was het. Na de lunch maken we gedrieën een wandeling door het centrum. Het is druk, met veel autoverkeer en het is warm. Het is verbazingwekkend te zien wat textielartikelen hier kosten. Kapitalen. Mijn gewoonte om in den vreemde als souvenir grote badhanddoeken mee te nemen, heb ik hier maar niet doorgezet.  Bovendien was er niet de tijd om daar nu echt naar op te zoek te gaan, maar de prijs zou mij toch wel hebben weerhouden. Jammer, want badhanddoeken, tafellakens e.d. beschouw ik als ’functionele’ souvenirs. Je kunt er echt wat mee doen en je hebt tegelijkertijd de herinnering. Na in de middag op kantoor te hebben rondgekeken brengt de heer van Boxtel me weer terug naar La Guaira. Het begint nu al behoorlijk druk te worden op de straatweg. Zodra hij me dan ook heeft afgeleverd gaat hij spoorslags terug , om toch nog een beetje tijdig thuis te kunnen zijn. Het is hier verkeerstechnisch dus al niet anders dan overal elders. En daarbij niet te vergeten dat de hoofdstad Carácas een 'trekpleister' is, met maar liefst vier miljoen inwoners. Wat La Guaira betreft, zo sprookjesachtig als het er in de nacht uit ziet met al zijn lichtjes, zo prozaisch is het overdag. wat er tegen de berghellingen opgebouwd is, zijn duizenden over het algemeen zeer schamele hutjes, opgetrokken van blik, plaatzijzer en planken. Vele zijn scheef gezakt op de losse zanderige ondergrond. Soms vlak aan de rand van steile stukken. Het gebeurt dan ook regelmatig dat tijdens zware regenval een aantal van deze huisjes naar benden glijdt en in elkaar zakt.

Caracas, de heren Teunissen en van Boxtel voor het kantoor van Transportadora General Venezuela
De volgende dag, vrijdag, neemt de heer Bruinsma de kapitein en mij mee voor een tocht over het uitgestrekte haventerrein en daarna een flink aantal kilometers in westelijke richting langs de kust. Einddoel is Macuto Sheraton Hotel, waar we in de bar La Sirena wat koels tot ons nemen. tuin en zwembaden van dit hotel vormen nu zo'n plaatje, zoals je ze altijd ziet cab de Caraïbische wereld. Aantrekkelijke luchtig geklede dames paraderen hier rond of zetten zich lui aan de kant van de 'pool'. Anderen hebben de schaduw opgezocht van de tal fel gekleurde zonneparasols, die samen met de overvloedige palmenrijkdom, dat exotische karakter geven. Kortom, je vind hier de sfeer van luxe, waarvan vele van ons zullen zeggen 'voor mij hieft dit niet'. Dat is natuurlijk heel gemakkelijk gezegd, maar wanneer je er zo met je neus bovenop staat, als gast van de STENTOR en van meneer Bruinsma, of je behoort toevallig tot het vliegend personeel van de een of andere luchtvaartmaatschappij, dan zeg je ook niet 'zet mij maar in een tentje langs de weg'. Dan ga je naar de luxe wereld en dan geniet je ervan. We stappen weer in de auto op weg naar onze lunchplaats, het restaurant Los Rocos, gelegen aan de weg die hier en daar dicht langs de kust loopt. Het is een specialiteitenrestaurant op het gebied van vis, bekend in de wijde omtrek. De kapitein en mener Bruinsma doen zich te goed aan heerlijke gerechten. Van mij word hetzefde verondersteld, maar ik povere provinciaal, eet voor het erst in mijn leven inktvis en op dit moment nog enkele andere zeer uitheemse delicatessen. Na het dessert evenwel klaart mijn gezicht kennelijk erg opvallend op, want wat nadert daar ons tafeltje: heerlijke zoetigheden, zoals gebak en vruchtencompotes, zo in de trant van de Engelse 'sweets from a trolley' (Vrij vertaald: zoete delicatessen van het dienwagentje) Maar meneer Bruinsma, het was een fijne en gezellige lunch, waar ik nog lang aan zal terugdenken.   

En zo is mijn Venezolaanse avontuur bijna achter de rug. Vanavond vertrekken we met bestemming Santo Domingo. Dat word mijn laatste onderdompeling in deze tropische sferen. Nog verder meevaren met de STENTOR is allezins aanlokkelijk: de Golf van Mexico in, waar Houston wacht en dan New orleans constant ligt te swingen, maar mijn vakantiedagen 'zijn geteld'. Heel ver in de verte wenkt Het Scheepvaarthuis, schaamteloos en uitnodigend. Hoe zou ik dat kunnen weerstaan?
« Laatst bewerkt op: wo/16/aug/2017 : 14 : 17 door Willem Visser »
GR. WILLEM V. / OLD SAILORS NEVER DIE