We noemen nog enkele bijzonderheden, zonder nu op chronologische volgorde te letten. Standplaatsen waren achtereenvolgens Paramaribo, Port au Prince en Curacao. Vooral de periode op Haiti is de heer Kruseman altijd bijgebleven als bijzonder leerzaam. O.m. door het tijdelijk waarnemen van het inspectoraat. Het reizen tussen diverse bestemmingen nam in die tijd nogal veel tijd in beslag, omdat je uitsluitend per schip reisde. Namen vallen: IJff, Mook, Jonker; De Vries.
Een vergissinkje in dat verre verleden. De jonge Kruseman vroeg een telegrafisch aan Amsterdam om een extra schip voor een grote partij katoen, nl. 20.000 balen. Maar al wat er kwam geen schip.
Later bleek dat hij geseind had, althans zo was het bericht overgekomen: 2.000 balen en dat vonden ze wel een beetje overdreven op het hoofdkantoor, om daar een extra schip voor in te zetten.
Befaamd in die tijd was de lossing met zwaaiende boom van bijv. een hijs koffie, nl. met één boom naar buiten zwaaiend op naar die kant iets scheef liggend schip. Een handige manoeuvre van kustploeg voorman Palo.
Wanneer er KNSM schepen binnenlagen in havens aldaar, was het niet ongebruikelijk om je te laten uitnodigen aan boord en een hapje mee te eten en te luisteren naar de verhalen van de kapitein.
Erwtensoep of raasdonders met kaantjes gingen er dan gretig in. Kapitein B. Wijdekop was zo´n gerenommeerde verteller o.a. over Smyrna. De heer Kruseman herinnert zich nog goed nog een grote brand in Port au Prince. De halve stad brandde toen af en hoe kon dat anders met alleen maar houten huizen en gebouwen. Ook de kathedraal ging verloren.
Na de tweede wereldoorlog en vooral in de crisis de dertiger jaren onderhield een stijgend aantaal O en As schepen(algemeen ´muskieten´genoemd) feederdiensten tussen Curacao, resp. Cristobal en vele Caraibische en Zuid Amerikaanse westkusthavens, die zij veelvuldig en ook voor kleine hoeveelheden bezochten. Daarmee voorzagen zij de Colonlijn van redelijke thuisladingen, die aldus ´het hoofd boven water kon houden´.
De KNSM onderhield reeds voor de crisis van 1930 en ook daarna met middelmaat schepen (ON en IS type) aparte lijndiensten tussen Noord Amerika en West Indië. Deze schepen en hun Nederlandse gezagvoerders en officieren bleven jaren achtereen aldaar.
Later werd een combinatie ingevoerd: van Europa naar de Wast, gevolgd door enige rondreizen West Indie / Noord Amerika en tenslotte de terugreis naar Nederland. Dit waren z.g. ´slingerreizen´ met een behoorlijk lager kostencijfer!
RHEA
Ook nare herinneringen noemt de heer Kruseman. Er was de grote AMSTERDAM, 14.000 ton, die strandde bij Santo Domingo, de ARES die uitbrandde en de SIMON BOLIVAR die in november 1939, met kapitein Voorspui ten onder ging.
Het eerste motorschip van de KNSM was de RHEA onder kapitein Van Luyk. Het heette dat alleen hij goed met dit schip en haar motor kon manoeuvreren. Deze gezagvoerder schreef indertijd veel rapporten over allerlei nautische, plaatselijke en ´papieren ´omstandigheden en gewoontes, speciaal van havens die onze schepen niet regelmatig aanliepen. Hij gaf van deze verslagen kopieën aan collega´s. Het was naderhand zijn idee deze gegevens te bundelen en periodiek rond te zenden aan kapiteins en verdere belanghebbenden. Dit werd de Bundel Gegevens.
AMSTERDAM
Altijd zoeken naar verbeteringTijdens zijn loopbaan is de heer Kruseman, naast zijn bestuurlijke teken, altijd bezig geweest met het zoeken naar dingen die naar zijn mening verbeterd konden worden en veelal met succes. Waar anderen weinig lust hadden iets grondig na te gaan en te speuren naar wijzigingen die in de pratijk nuttig zouden kunnen zijn, was dit een kolfje naar de hand van de heer Kruseman . We noemen onder meer vermindering van het aantal connossementen en van de scheepsmanifesten.
Zo ook de z.g. Particulars of the Fleet. In samenwerking met de chef Personeelszaken, de heer Cramer, werd het dienstreglement herzien, enz., enz.
Ook voor zaken aan boord, speciaal bij de passagiersschepen, had hij belangstelling. Zo vermeldde hij de inrichting van veilige, afgeschermde kinderverblijven op de passagiersschepen. Een groot succes, vooral door de ouders zeer gewaardeerd.
Vroege directeuren.Tenslotte enkele typeringen van vroegere directeuren die de heer Kruseman goed gekend heeft.
Daar was allereerst E. Heldring. Als je bij hen rapport moest uitbrengen, dan bleef hij luisteren, net zo lang tot je je verhaal helemaal gedaan had. Hij zei er geen woord tussendoor. Een eigenschap die de heer Kruseman bij zichzelf wel eens gemist heeft. De vragen van de heer Heldring daarna waren echter zeer scherp en ´to the point´.
Vervolgens P. den Tex. Een hartelijke man, bij iedereen bekend als . Oom Paul´.

J. van Hasselt. Hem als secretaris vergezellen was een leerzaam genoegen, hetgeen de heer Kruzeman heeft ervaren op een lange reis door de West, waarbij o.a. Suriname, Demerara, Trinidad, Centraal Amerika en Cuba weren bezocht.
D. Hudig. Had typische trekjes en een hart van goud. Kon een donderpreek tegen iemand houden, maar er in feite niets van menen. Had tijdens de tweede wereldoorlog grote faam als de man die partijen weer bij elkaar kon brengen. Typisch van hem was zeker de eigenaardigheid om spreekwoorden door elkaar te halen en resultaat dan in volle borst te bezigen. Bijvoorbeeld ´de knoop is door de kerk´en iemand met de voet in het zadel helpen´. Een beroemde uitspraak van hem: ´Your side, my side and the right side´van een bepaalde zaak.
Tenslotte wil deze 84 jarige gepensioneerde directeur nog wel even kwijt, dat hij er indertijd voor heeft kunnen zorgen, dat het prachtige maatschappij embleem van de KWIM (het zeilschip van de oude West Indische Compagnie) bij de juiste fusie tussen de KNSM en KWIM, behouden bleef en het symbool werd van de KNSM. Daar is hij terecht nog altijd een beetje trots op.
Wordt vervolgd