Onschuldig erin.
In Venezuela, met name in de stad Maracaibo stond een muziektent. In elke plaats van enige importantie stond wel zo’n ding.
Meestal staan ze in een park doelloos te staan en deugen het overgrote deel van het jaar nergens voor.
In Zuid Amerika worden echter, veelvuldig, vooral op zondag concerten gegeven, meestal door een militair orkest.
Het was voor de Nederlandse zeelieden een uitje, als bedaagde oudjes zaten zij op bankjes in het park te luisteren en met een pilsje
aan een belasting vrij sigaretje te zuigen. In het dure dollargebied hadden zij te weinig geld om de bloemetjes buiten te zetten.
Voor de inwoners van de stad is dat het enigste bijzondere gebeuren wat er ooit plaats vond en de concerten worden altijd goed bezocht.
Mijn maatje en ik wilden op een mooie zondag middag vrij van wacht zo’n concert bijwonen.
Het park was vol, zelfs overvol, op de bankjes was geen plaats meer.
De inwoners door ondervinding wijs geworden hadden dekens en stoeltjes van huis meegenomen.
Een zeeman vaart dit soort dingen niet en de enigste zitplaats die voor ons overbleef, was op het niet al te schone gras.
Een goede raad was duur, midden in het park stond een prachtig standbeeld.
Een ruiter op een steigerend paard stond meer dan levensgroot met het gezicht naar de muziektent.
De brede met epauletten beklede schouders van de ruiter leek ons een mooie zitplaats.
Via het paard, de sabel en de handen van de tentoongestelde ruiter kwamen we op de beoogde zitplaats.
Het uitzicht was overweldigend, we konden de muziek in de boeken van de orkestleden lezen.
Daarbij hadden we een schitterend uitzicht op de bloembedden die slechts door weinige van deze hoogte waren bewonderd.
Trots, hoog verheven, keken wij neer op het gepeupel beneden ons.
Wij hadden echter buiten de waard gerekend, toen de eerste zuivere tonen van het orkest welluidend over de menigte werd uitgestort
arriveerde de carabinieri. Door de aan de sokkel van het beeld staande carabinieri werden we gesommeerd naar beneden te komen.
Wetende dat je met die gasten geen geintjes moest maken, klommen we de weg terug die we even daarvoor,
met doodsverachting omhoog waren gegaan. Het werd ons zeer kwalijk genomen dat we de nationale held van Zuid Amerika ontheiligd hadden,
het bleek namelijk dat we op de schouders van Simon Bolivar hadden gezeten.
Ons verweer was dat ze zo’n
held toch minstens een sokkel als Nelson in Londen moesten geven, dan laat je
het wel uit je hoofd om er op te klimmen,
die was zo hoog verheven dat er
geen mens opdurfde.
Hoe konden wij weten dat het beeld Simon Bolivar
voorstelde en we wisten ook niet wat hij voor de regio had betekend.
Daarbij kwam dat de plaquette, die het feit aan
belangstellenden bekent moest maken in het Spaans was geschreven,
een taal die wij te weinig beheersten, om van de waarde van
het beeld kennis te nemen.
Ondanks onze onschuld zijn we meegenomen naar het
politiebureau. De muziek hebben we zacht op grote afstand in de politiecel
kunnen horen.
Ik moet zeggen dat het orkest prachtige muziek
speelde, alleen de omgeving waarin wij zaten werkte niet mee.
Onze belevenis en vreugde van de welluidende klanken
waren niet optimaal.
Gelukkig zag de dienstdoende commandant in dat we niet ter kwader trouw het
beeld hadden onteerd.
Na het concert werden we met
een politie auto naar de plaats van de misdaad terug gebracht en konden we aan
boord terug.
Inmiddels was door een paar
bemanningsleden gezien, dat we door de politie waren meegenomen en was de agent
van de maatschappij in kennis gesteld.
Het apparaat om ons vrij te krijgen was al in volle
gang. Je weet in dit soort landen nooit wat er gebeuren kan, er zijn
voorbeelden bekend, dat er voor
veel mindere vergrijpen als het ontheiligen van een
beeld, jaren lange gevangenis straffen zijn opgelegd.
Dick.