De kok. Een verhaal van Dirk Rietel
Ik heb al eens geschreven over merkwaardige personen die zich
ophielden aan boord van zeeschepen.
Het had menigmaal te maken met het beroep dat zij aan boord
uitoefende.
Het vreemdste waren marconisten en koks. Door hun geïsoleerde
werkplaats, waren zij min of meer hun eigen baas,
misschien hadden zij daardoor in veel gevallen, de vreemdste
gewoonten.
Als een kok aan boord kwam werd eerst gekeken wat voor koksmuts
hij droeg.
Aan boord was de stelregel, hoe hoger de muts hoe slechter het
eten, als de kok een muts als een pannenkoek op had was het goed,
geen kapsones gewoon koken.
Als een nieuwe kok verscheen als een plaatje, met hoge muts
en een met stijfsel bewerkt vlekkeloos schort voor,
had de man de eerste slag, nog voor hij zijn kunnen kon bewijzen,
al verloren.
Alles wat op tafel kwam werd kritisch bekeken en op smaak en
kleur gecontroleerd niets mocht er aan mankeren,
een vlekkeloze kapsonesleider moest vlekkeloos zijn. Er werd
mij een verhaal verteld over een kok, dat de
merkwaardigheid van deze lieden onderstreept. Op de werf, waar
het schip zijn onderhoud had gekregen,
werd gewacht tot de bemanning compleet aan boord was. Iedereen
was aanwezig alleen de kok ontbrak nog.
Er werd uitgekeken naar de kok, de reden voor deze belangstelling
was, dat de ligplaats moest worden vrij gemaakt
voor een ander schip. Als het te lang duurde, moest er worden
verhaald naar een andere ligplaats.
Toen de order gegeven werd “voor en achter” om de matrozen op
hun post te roepen om te verhalen,
verscheen om de hoek van een gebouwtje een merkwaardig persoon.
Hij had in zijn ene hand een koffer, in de andere hand droeg
hij tot verbazing van iedereen een vioolkist.
De verschijning was zo bizar dat de kapitein opmerkte “verrek
als dat de kok is heeft hij zijn eigen aardappelen meegenomen”.
Het bleek de kok te zijn, dat hij met scepsis werd ontvangen
is niet verwonderlijk.
Het werd al snel duidelijk dat hier een bijzonder soort van
het menselijk ras was gearriveerd.
De aanvang was ondanks de eerste indruk hoopvol, heerlijke
geuren stegen op uit de kombuis en het was duidelijk dat
er iets groots werd vervaardigd, de kapitein ging zo gezegd
zijn neus achterna en informeerde wat de kok aan het fabrieken was.
Trots opende de kok de oven deur waarin een stel cakes werden
gebakken. Iedere vrouw weet dat gedurende een
bakproces de ovendeur gesloten moet blijven. Het waarom werd
hier over duidelijk. De cakes zakten, als de
spreekwoordelijke plumpudding in elkaar en hadden opeens de
dikte van een flinke pannenkoek,
de smaak van het totaal mislukte gebak was lekker, daarom is
het toch maar opgegeten, maar met een lepel.
De viool was een verhaal apart. Als de kok in een melancholieke
bui was, of als het gerecht dat hij gewrocht had,
in zijn ogen bijzonder goed was gelukt werd, terwijl de bemanning
zat te eten, door de kok een gevoelig viool concert gegeven.
Één nadeel was er, het muzikale gehoor ontbrak of de vinger
zetting van de kok was niet optimaal.
Het genoegen, wat de gedwongen luisteraars aan het concert moesten
beleven, werd steeds minder naar mate de ijver en
de muzikale ontroering bij de kok steeg. De luisteraars kregen
visioenen van kisten bespannen met kattendarmen,
vervloekten de katten, daarbij haten zij ook de paarden, omdat
de haren van de strijkstok van hun staart was gemaakt
Onwillekeurig rijst bij U de vraag waarom lieten ze de kok
niet gewoon ophouden.
Het antwoord is eenvoudig, ze wilden de kok niet beledigen
het was een goede kok, tenminste wat het eten koken betreft,
het vioolconcert werd gelaten ondergaan. Echte goede koks waren
zeldzaam, men was er erg zuinig op als men er één had.
Op latere schepen stonden koks vreemd te kijken als er gevraagd
werd speel je viool, het hoe en waarom bleef geheim,
het was een opluchting als er ontkennend werd geantwoord.