Interessante mensen, die zeevaarders. Op de schepen varen, soms bijna onopvallend, bijzondere mensen. Bijvoorbeeld: Een stuurman, die in zijn vrije tijd aan boord heeft gestudeerd, is advocaat geworden. Een hoofdwerktuigkundige, die directeur openbare werken is geweest in een Canadese provinciestad. Een bediende, die eigengelijk jachtbouwer/ timmerman was. Hij sloeg geblinddoekt spijkers in een plank. Een werktuigkundige die eigenlijk smid was. Een matroos, die kloosterling is geweest. Een bootsman met een commando opleiding. En een stuurman, die later een groot Offshore bedrijf leidde. Helaas heb ik mij in deze mensen onvoldoende verdiept, om er een verhaal over te schrijven. Soms maakte je slechts 1 reis samen. De bootsman, Henk is zijn naam, kan ik mij goed voor de geest halen. In zijn voorgeschiedenis heeft hij bij de commandotroepen gediend. Eigenlijk was hij een rustig iemand en zijn beheersing van de vechtkunst straalde niet echt van hem af; hij was meer een tanig type. Wanneer hij aan de wal zijn rol als bootsman op de gangway achter zich had gelaten en in de kroegjes enige offers aan Bacchus bracht, dan konden er toch al gauw dingen gebeuren, die de oerkrachten in hem opriepen. Slenterend in de straat, zag je soms de klapdeurtjes van een café opengaan, terwijl iemand in vogelvlucht op straat belandde. Dan was het heel goed mogelijk, dat bootsman Henk de regisseur van deze voorstelling was. Maar het kan ook anders. Eens in de Blue Moon in Callao; het was gezellig druk; er lagen twee, voor die tijd, grote Nederlandse schepen in de haven en dus waren er ook veel bezoekers in de kroeg. Er waren alleen nog staanplaatsen beschikbaar. De bootsman van het andere schip, een wat oudere man met een witte pet op, stapte van zijn barkruk voor sanitaire zaken. Onze bootsman Henk ging vrijwel direct op de vrijgekomen barkruk zitten. Na enige tijd komt de oudere bootsman terug en spreekt Henk aan over zijn zitplaats. Deze buigt zich minzaam naar de grijze man met witte pet en zegt; “Vriend, ik ben Jezus; ik sta voor niemand op”. De oudere bootsman zegt glimlachend; “Wat een toeval; ik ben God de vader, dus mijn zoon, wil je zo vriendelijk zijn om voor mij op te staan?” Iedereen keek gespannen toe, wat er zou gebeuren. Zonder een spier te vertrekken stond de “zoon” op. Zij hebben samen een biertje gedronken. Achter dezelfde Henk liep ik in Santiago de Cuba de gangway af. Wij liepen samen op. Hij nodigde mij uit om een Cuba Libre te drinken bij zijn vriendin in zijn stamcafé. Wij werden daar hartelijk verwelkomd en wij kregen te drinken en zelfs nog wat te eten. Toen het voor mij tijd was om weer naar het schip te gaan stonden wij alle drie op. Nee, Henk ging nog niet, maar ik mocht niet alleen terug. Samen hebben zij mij eerst teruggebracht tot in het veilige gedeelte van de haven. Henk was deze nacht niet aan boord. Later heeft hij mij de rest verteld. Zijn lieve vriendin was in het verleden een hoertje; zij werden verliefd op elkaar. Altijd ging hij naar haar toe en ze stuurden elkaar brieven. Zij gaf hem te kennen, dat zij haar geld op een andere manier wilde gaan verdienen en u raadt het al, daar is geld voor nodig. Zij kon het café, waarin zij werkte overnemen. Er ontbraken nog 1700 Nederlandse guldens. In die tijd is dit een aantal maanden salaris. Henk heeft er over nagedacht en hij heeft geld gestoken in het plan van zijn vriendin. Door middel van een contract is hij mede-eigenaar geworden. Het is goed gegaan. De investering heeft zijn vriendin geholpen en Henk heeft op Cuba een warm thuis. Eduard.