Een verhaal van j v de Wal
Een knaap van een
aap
Op
de ouwe Hermes kregen we in Caracas op een keer een gorilla aan boord.
Het
beest was bestemd voor Artis. Het zal ergens in de jaren dertig zijn geweest.
De
verzorging van de levende aan have aan boord kwam op de timmerman neer,
dat
was toen zo de gewoonte.
Zo
heb ik heel wat beesten de grote plas over gebracht,van honden en katten
tot
kamelen en vogelspinnen toe.
Maar
een aap ontbrak er op die dag nog aan.
Onder veel bekijks van passagiers
en
bemanning werd-ie met kooi
en
al aan Boord gehesen. Tja, daar sta je dan met zo'n beest.
Het
was een drukte van jewelste er omheen,
want
iedereen wilde het monster natuurlijk van dichtbij bekijken.
Hij
werd er helemaal zenuwachtig van en gromde dreigend, de tanden bloot.
Geen
wonder, hij zal doodmoe zijn geweest van de reis die-ie er al op had zitten.
En
wie weet hoelang hij bij die handelaar die hem aan boord bracht in de kooi
had
gezeten.Dus toen heb ik eerst alle nieuwsgierigen die er niks te maken
hadden
van het sloependek gestuurd. Want dat werd z'n stek.Toen de drukte over was,
werd
hij wat rustiger.Hij en ik bekeken elkaar eens goed,
we
moesten het tenslotte drie weken met elkaar uithouden.
Niet
dat hij daar weet van had, trouwens. Ik nam z'n verblijf eens goed in
me
op en kwam tot de conclusie dat de stakker daar niet de hele oversteek
in
kon hokken. Hij kon z'n kont er nauwelijks in keren.Samen met de tweede
timmerman
heb ik toen een wat grotere ruimte voor hem gemaakt.
Er
lag plenty hout daar op die kaai.Toen het klaar was hebben we de
boel
goed aan de railing vastgesjord zodat mijn gast niet met kooi en al
over
het dek zou gaan stuiteren op de oceaandeining.Aan de ene korte kant
maakten
we een schot dat er van bovenaf in kon schuiven,
net
zoals bij de kooiwaarin hij zat. Ik heb er een best slot op gezet,
want
stel je voor dat die knaap 's nachts aan de scharrel zou gaan.
Toen
kwam het probleem van hoe krijgen we hem erin.We hebben de eerste
kooi
zo stijf mogelijk tegen de nieuwe aan gezet en toen van bovenaf de
beide
schuiven omhoog getrokken. Hij snapte het gelijk en kroop snel
z'n
nieuwe logeerkamer binnen.Affijn, de schuif naar beneden en daar zat
meneer,
want het was duidelijk een mannetje.Prinsheerlijk!
Ik
heb 'm direct z'n eerste middagmaal gegeven: wittebrood met banaan
en
een emmer water.Man, wat kon die aap vreten! De hele dag door sleepte
ik
brood en fruit voor 'm aan, maar hij was eigenlijk nooit zat.
Maar
goed, die handelaar had genoeg voer voor hem meegegeven,
dus
hij is niks tekort gekomen. Toen we de dag daarop vertrokken
zat-ie
eerst maar raar naar al dat water te loeren, maar hij leek er
snel
aan te wennen.Ik keek dagelijks wel een keer of tien bij hem of
alles
goed ging. Want hij mocht niet teveel bekijks hebben, daar kon-ie
niet
tegen, daar werd-ie bloednerveus van. Als ik naar 'm toe ging nam
ik
altijd gelijk een hapje voor hem mee,dus stond-ie al gauw de hele dag
naar
me uit te kijken.Het was een knaap van een aap.
Als-ie
rechtop stond en zich uitrekte stak-ie wel een kop boven me uit
en
ik ben ook niet echt klein van stuk.Ach, het was een aardig beest,
net
een mens. Zo 's avonds na het eten rookte ik altijd even een pijp
bij
z'n kooi, terwijl hij op zijn maal aanviel.Ik praatte altijd tegen 'm,
daar
werd-ie heel rustig van. Dan ging-ie er op z'n gemak bij zitten,
hield
z'n kop scheef en dan was het net of zat-ie aandachtig te luisteren.
Wanneer
ik klaar was met m'n verhaal knikte hij nadenkend.
Maar
het is niet goed met 'm afgelopen. Eén van de passagiers,een
Amerikaanse
vrouw, had er aardigheid in 'm te pesten.
Ik
had haar al een paar keer betrapt en weggestuurd, maar het was 'n
arrogant
kakwijf dat nauwelijks naar me luisterde. Stijf van de centen
maar
poetskatoen in d'r schedel in plaats van hersens.Ze had er lol in
hem
een banaan voor te houden en dan vlug weer weg te trekken als-ie
die
aan wilde pakken, zulke geintjes.Daar zou-die op een dag z'n bekomst
hebben,
dat zat er dik in.Ik heb dat wijf aldoor gewaarschuwd,
maar
ze trok hooghartig haar neus voor me op.Als ik me omdraaide,
zat
ze gelijk weer bij 'm te treiteren.En maar giechelen.
Op
een middag vlak na het eten was het mis,en goed ook.
Een
gekrijs van jewelste op het sloependek als werd er een mager
varken
gekeeld, triomfantelijk gebrul er bovenuit.
Ook
hoorde ik raar gebonk, net of stond er ergens nog een motor te draaien.
In
twee, drie stappen was ik de trap op. En ja hoor, daar stond ze,
ruggelings
tegen de tralies. De kleren hingen haar in flarden langs het lijf
.Eén
hand hield-ie om haar strot, met de andere stond-ie hard op z’n borst
te
slaan, oorverdovend brullend. Ik heb op 'm ingepraat wat ik kon maar
toen
dat wijf stil en blauw werd,heb ik het zeuntje om de eerste stuurman
gestuurd.Die
heeft 'm voor m'n ogen doodgeschoten, anders was ze eraan gegaan,
dat
geef ik je op een briefje.We hebben 'm een zeemansgraf gegeven, 't arme beest'.