-Een zwembad op het luik van ruim 4 op het passagiersdek. Op de nieuwere passagiersschepen, uit die tijd, was een zwembad voor de passagiers een normaal verschijnsel. Net als de anti slingertank, was ook het creëren van een zwembad een opdracht van onze vooruitstrevende directie. Gezien de dek lay-out was het technisch niet haalbaar om een permanente constructie te realiseren. De Prins was eigenlijk een luxe vrachtboot met accommodatie voor 184 passagiers. Blijkbaar was het vrachtaanbod, qua volume, aanzienlijk minder dan het totale laadvolume en was het opgeven van een stuk(je) laadvermogen geen belemmering. De plaats voor het zwembad was bedacht op het luik van ruim 4 op het passagiersdek. Het moest half verzonken worden, zodat er een niet al te hoge rand boven het dek uit zou steken. Het werd een constructie van hout en zeildoek, met de afmetingen van het luik van om en nabij 5 bij 6 meter. Veel kleiner zal het niet geweest zijn, want ruim 4 werd ook regelmatig gebruikt om de auto’s van het hogere defensie personeel in te vervoeren. Gezien de nog uit te voeren werkzaamheden is wel de houten constructie en het zeildoek gepast, maar was er geen gelegenheid om het zwembad met water te vullen. De hele handel werd opgeborgen en zou pas tijdens de eerste oversteek opgetuigd worden. Op vrijdag 21 januari 1966 werd aangemonsterd voor de eerste reis na de grote verbouwing. Klokslag 12 uur ging de vertrekfluit en met een volle bak, voor wat betreft het aantal passagiers, ging het groot cirkelend om de zuid richting Trinidad. Hoe eerder het mooi weer gebied bereikt werd hoe beter want, naast het comfort van de anti slingertank, de passagiers wilden bij mooi weer ook gebruik kunnen maken van het “wedstrijdbad”. Op de eerste echt zonnige dag werd het bad opgebouwd en middels ” water aan dek” gevuld. Er ging ongeveer een kuub of 30 tot 35 in. Het moet gezegd worden dat er wel wat water over de rand van het zwembad klotste, maar door de beperkte slinger beweging viel dat alles mee. Na een dag waterpret ging een net over het bad en s’nachts zou de dekploeg het bad leegpompen met een dompelpomp. Het bad had geen filter installatie, dus moest na een dag altijd het water ververst worden. De hout/zeildoek constructie was niet geschikt om een leiding aan te bevestigen t.b.v. aan het leegpompen. Waar zou de pomp hebben moeten staan? In het ruim kon niet en de afstand naar de machinekamer was veel te groot, vandaar een dompelpomp. Die nacht was er veel bemanning aan dek. Wat bleek het geval, het zwembad was al leeg! Bij navraag bleek niemand van de dekdienst op eigen houtje het bad leeggepompt te hebben. Maar waar was die plons water dan gebleven? Het zal toch niet ……?? Als de bliksem werd het zeil en de ombouw verwijderd. In het luikhoofd zat een klein luik waardoor toegang tot het ruim mogelijk was zonder het gehele luik open te moeten maken. Met een zaklamp bij de hand werd afgedaald in het ruim en het angstige vermoeden werd bewaarheid. Ook deze oversteek werd gemaakt met de nodige auto’s in het onderruim en die bleken dus gewassen te zijn met om en nabij 30 kuub zeewater. Die plons water is met de lenspomp weggepompt. Bij daglicht werd het zeildoek geïnspecteerd waarbij, in één van de hoeken,een scheur werd gevonden, Waarschijnlijk had het zeil op die plek niet strak op de ondergrond gelegen, maar had te strak aan de rand vast gezeten, waardoor het een beetje vrij hing van de bodem. Het was een verticaal gestikte naad en door het gewicht van het water was die waarschijnlijk gaan kerven. Het gevolg was wel dat die reis het zwembad opgeborgen bleef. Hoe het verder met de gewassen auto’s is vergaan weet ik niet. In elk geval moest er en nieuw zeil aangeschaft worden met versterkte naden en heel duidelijk installatie voorschrift. De volgend reizen is toch nog, zonder verdere problemen, veel plezier beleefd aan het “wedstrijdbad”. grt Piet van Oorschot