-Inbouw van de allereerste anti slingertank binnen de vloot. Zowel bemanning als ook passagiers, die wel eens met de Prins en/of de Oranje Nassau hebben gevaren in de jaren 1957 tot einde 1965, moeten zich het slinger/rolgedrag herinneren. Bij een stevige golfslag, dwars op de koers, konden onze luxe jachten behoorlijke zwiepers maken. Uit mijn geheugen denk ik dat een uitslag van 25 graden naar links en naar rechts niets bijzonders was. Het was daarom het besluit om de Prins, als eerste van de vloot, van een anti slingertank te voorzien. Stabilisatoren, waarmee de huidige cruise-liners worden uitgerust, waren pas in opkomst. Een bestaand schip hiermee uitrusten was technisch en financieel gezien geen optie. De keus was gevallen op het inbouwen van een anti slingertank. Technisch niet al te ingrijpend en financieel bij lange na niet zo kostbaar als een ombouw voor stabilisatoren. De grootste gevolgen hadden eigenlijk alleen maar betrekking op de lading capaciteit, want de tank ging ten koste van ongeveer 150 tot 200 kubieke meter laadruimte. En aangezien vracht niet de grootste ruimte vreter was op dit schip, kon vrijwel probleemloos een deel van het ruim opgeofferd worden. De plaats voor de tank was bepaald op het tussendek van ruim 2, tegen het achterschot. De tankwand liep van bakboord naar stuurboord, stond een meter of 3-4 uit de achterwand en liep tot aan het bovenliggende dek. Het midden gedeelte van de tankwand stond 1,5 of 2 meter naar achteren, waardoor een versmalling ontstond ( van bovenaf gezien leek het op de letter C). De theorie achter deze vorm was, dat het water ongeveer 1,5 meter hoog in de tank staande, door de vernauwing vertraagd van de ene naar de andere kant van de tank zou stromen en zo een contragewicht zou vormen en het slingeren zou dempen. Het midden gedeelte was op ooghoogte voorzien van een raam ter grootte van een patrijspoort om tijdens het vullen de waterstand te kunnen controleren. Verder zat er nog een mangat om in de tank te kunnen komen. De inwendige afwerking bestond uit een coating op basis van teer/asfalt. In de machinekamer werd een vulleiding met pomp geïnstalleerd. De vulleiding was tevens de lensleiding om de tank leeg te kunnen pompen en het vullen of lenzen werd geregeld middels afsluiters. Zoals reeds in het onderwerp over het waterballet is vermeld, was het gedurende de verbouwingstijd behoorlijk koud. Een nare eigenschap van gesmeerde teer/asfalt is dat het bij lage temperatuur en geen ventilatie onvoldoende droogt en dan slecht hecht aan de ondergrond. Maar de tank was dicht en niemand had aan die eigenschap van de coating gedacht, ook niet de inbouwers en afwerkers van de tank. Nadat er weer water onder de kiel stond, kon voor de eerste keer het pompsysteem getest worden. Gezien de eenvoud van dit systeem ging het vullen probleemloos en relatief snel. Dit was deel één van de test. Deel twee bestond uit het weer leegpompen, maar hier ging iets niet helemaal zoals bedacht. Na een half uur pompen was er nog geen druppel uit de tank gepompt! Wel was de pomp behoorlijk warm geworden omdat er blijkbaar geen water verplaatst werd. De inbouwploeg had nog geen flauw idee waardoor de pomp geen water kreeg. Alle afsluiters stonden goed want alleen de zuig en pers afsluiters dienden gewisseld te worden, persen werd zuigen en zuigen werd persen,. Simpeler kon niet. Alles werd afgezet en alle afsluiters werden dichtgedraaid. Teneinde raad werd de pers/zuigleiding aan de pomp afgekoppeld. Er kwam geen druppoel water uit! Wat wel te zien was, bleek een kleverige dikke smurrie bestaande uit teer/asfalt! Het bleek dat, na het aanbrengen van de coating in de tank, de coating niet of nauwelijks was aangedroogd. Door het oppompen van het water in de tank ontstond behoorlijk wat wervel/stroming in de tank. Het geklots had veel van de coating los gespoeld en was door het aanzetten van de pomp, om het water uit de tank te pompen, met de eerste liters mee de leiding ingetrokken. Om te beginnen werd via het mangat in de tank het water uit de tank gepompt. Alle teer die nog op de wanden zat werd zo goed mogelijk verwijderd. De gehele leiding tussen de pomp en de tank werd verwijderd en bleek één lange staaf teer te zijn. Om die ellende niet nog een keer plaats te laten vinden, werd een nieuwe leiding geïnstalleerd. Of de tank, in de resterende tijd, opnieuw van een coating is voorzien kan ik me niet meer herinneren. In elk geval ging het vullen en legen van de tank daarna probleemloos. De eerste ervaring met deze vorm van slingerdemping was ook bijzonder. Met de bekende grote slingerhoek in het achterhoofd werd, na het verlaten van het Kanaal, de tank gevuld. Eenmaal in het ritme van de oceaan golven was goed te voelen dat één of andere sterke hand het schip tegen hield en verhinderde om de bekende zwiepers te maken van de eerder genoemde 25 graden naar bakboord of naar stuurboord. Ergens halverwege stopte de slinger, met als gevolg dat we nog wel eens een misstap maakten en tegen de wand aan de hoge kant klapten. Het leek alsof je onbewust nog ingesteld was op de oude uitslag. Na een paar dagen zat het nieuwe slinger ritme al goed in de benen. Met name die passagiers die al eens eerder met de Prins hadden gevaren waren zeer te spreken over de verbetering. groet Piet van Oorschot wordt vervolgd