-Machinekamerbrand tijdens de technische proefvaart. Tijdens de verbouwing is ook groot onderhoud in de machinekamer uitgevoerd. Er werden één of meer zuigers getrokken en nog een uitlaatklep vervangen. Tevens gingen de afgassen blowers van hun plaats. Of deze vervangen werden, of ter plaatse werden geïnspecteerd en gereviseerd, is mij niet meer bekend. Blijkbaar is er tijdens het hijswerk, door de nauwe en hoge machinekamerschacht, olie gemorst op de uitlaatleiding van de hoofdmotor en toen niet door ons eigen personeel opgemerkt. Nadat de verbouwing en het groot onderhoud klaar was, stond een technische proefvaart op de planning. Alle nieuwe en gewijzigde systemen zouden getest worden in aanwezigheid van de specialisten, die verantwoordelijk waren geweest voor de uitvoering. De proefvaart zou een dag of twee/drie in beslag nemen. Na vertrek uit IJmuiden werd koers gezet naar de rede van Vlissingen om te demagnetiseren. Van daar uit werd in noordwestelijke richting de Noordzee opgestoken met als doel wat deining te vinden om de anti slingertank te testen. De tank werd zonder probleem gevuld, maar deining werd niet gevonden ondanks dat de weersverwachting aangaf dat er wind op komst was. De anti slingertank werd maar weer leeggepompt (ook zonder problemen!!). De echte test moest maar wachten tot de oversteek tijdens de eerste reis. De resterende tijd werd gevuld met het testen van de diverse systemen, zoals noodverlichting, brandblus middelen, reddings middelen etc. De hoofdmotor werd ook uitgebreid getest, waarvoor regelmatig indicateurdiagrammen werden genomen. De blowers deden het weer perfect en de trouwe B&W liep als een zonnetje. Opeens was er paniek!!!. Vanuit de dienstgang was een sterke rookontwikkeling zichtbaar ter hoogte van één van de blowers. Er werden al vlammen zichtbaar die tussen de isolatiedekens en de uitlaat uitkwamen. Iedereen in de machinekamer werd gewaarschuwd en uit alle hoeken en gaten werden de handblusapparaten aangesleept en leeggespoten op de plek waar de vlammen zichtbaar waren. Intussen was de hoofdmotor gestopt om eventuele lekkage van uitlaatgassen te stoppen. Op dat moment was nog niet duidelijk wat de oorzaak van de brand was. Nadat nagenoeg alle flessen op de vuurhaard leeggeblazen waren, leek het er op dat het vuur uit was, wel kwam er nog behoorlijk wat rook vrij en die rook erg naar verbrande olie. Begonnen werd met het verwijderen van de isolatiedekens van de blowers en de uitlaat. Al gauw was duidelijk dat olielekkage van de blower of de hoofdmotor niet in het geding was. De verwijderde dekens bleken de oorzaak te zijn. Ze waren volgezogen met lekolie naar aanleiding van het hijswerk van zuigers en blowers tijdens het groot onderhoud en niemand had daar toen verder aandacht aan geschonken. Het liep dus allemaal gelukkig goed af, maar de schrik zat er goed in. Het laatste wat je wilt is brand en al helemaal niet in de machinekamer. De rest van de dag is gebruikt om zoveel mogelijk brandblusflessen weer te vullen. Waar het poeder en de patronen vandaan kwamen weet ik niet meer, maar het vullen was een vervelende klus want alles en iedereen zag wit van de poeder. groet, Piet van Ooorschot