-Mevrouw, het schip is lek. Het zal de reis van begin april 1966 geweest zijn. Het was een zonnige vrijdagmorgen. In de loop van de morgen kwamen de passagiers aan boord. Nadat die de handbagage in hun hut hadden gebracht kwamen de meesten aan dek om naar de achterblijvers te zwaaien bij vertrek. Zoals elke reis zijn er altijd passagiers die voor het eerst een reis per schip gaan maken, zo ook die dag. Een vrouwelijke passagier stond over de bakboord railing van het passagiersdek ontrust recht naar beneden te kijken. Aan een deksteward, die in de buurt stond, vroeg ze:-Ik zie daar beneden een heleboel water uit het schip komen! Waar komt dat vandaan?-. De steward, blijkbaar een echte Amsterdammer, reageerde heel adrem met de opmerking:- Mevrouw, het schip is lek!-. De passagiere was zo geschrokken dat ze naar binnen vluchtte en daar riep dat ze van boord af wilde, want het schip was lek!! Binnen was ze opgevangen door de hofmeester en die had ze het verhaal van de steward verteld. Samen kwamen ze het dek op waar ze de steward aanwees . Deze werd door de hofmeester meegenomen en naar de kapitein gebracht. De reis van de steward was hiermee ten einde, want even later liep hij met zijn bagage de gangway af. Hij was op staande voet ontslagen. De geschrokken passagiere werd gerust gesteld en is toch maar aan boord gebleven. -Alle veiligheidskleppen van de hoofdmotor eruit achter het Centraal station. Vrijdag, de dag van vertrek voor weer een rondje naar de West. Het was ook die reis waarop onze deksteward van boord moest. Zoals gewoonlijk waren we, de machinekamerploeg, al vroeg aan boord om de wacht van de walploeg over te nemen. De jongste 3de wtk liep de 8-12 en ging de boel klaar maken voor vertrek. Klokslag 12 uur was het voor en achter en werd het vertreksein gegeven met de fluit.. Na van de kade afgetrokken te zijn ging het- langzaam vooruit- richting het Noordzeekanaal. Het was een zonnige dag en er was veel volk aan dek, zo ook onze Hwtk. Rustig tuffend achter het Centraal station gebeurde het. Met 6 daverende klappen, gevolgd door constant sissende geluiden vanuit de machinekamerkap, werd de rust verstoord. Onze Hwtk ging als een haas via het bovendek schoorsteen in om van daaruit poolshoogte te nemen. Hij had sneller over dek en dan via de dienstgang naar beneden kunnen gaan, want via de machinekamerschacht was een echte klauter partij. Maar al snel was de oorzaak van de 6 klappen bekend. Het bleek dat alle 6 veiligheden van de hoofdmotor eruit geknald waren. De oorzaak werd al snel gevonden. De walploeg had goedbedoeld de verwarming t.b.v. de zware olie alvast bijgezet, terwijl het brandstof systeem nog op dieselolie was blijven staan. Blijkbaar had de walploeg dat niet doorgegeven en bij zeeklaar maken was dit dus ook niet opgevallen Het gevolg was dat, toen de dieselolie eenmaal door de leidingen ging stromen, deze te heet werd en direct tijdens de inspuiting al ontbrandde en daardoor de druk in de cilinders te hoog werd. Terug naar de Surinamekade zou teveel tijd gaan kosten. De technische dienst werd gebeld met het verzoek om een stuk of 4 reserve veiligheidskleppen en een walploeg per auto naar IJmuiden te sturen en zelf hadden we ook een paar reserve kleppen aan boord. De uitdaging was om tijdens het schutten alle kleppen te verwisselen. En dat is uiteindelijk met de hulp van de walploeg ook binnen de schuttijd gelukt. De 6 uitgebouwde kleppen hebben we aan boord gehouden en weer netjes gereviseerd. groet Piet van Oorschot