De Bootsman.
Aan boord van elk schip bevindt zich een bootsman. Een zeer geplaagd mens, ik heb zelf de eer? gehad om deze functie te bekleden en geloof me,
het is geen sinecure. Een bootsman is de pispaal tussen de stuurman en de dek -bemanning.
Hij moet er voor zorgen dat de orders van de eerste stuurman, in veel gevallen door de rest van de bemanning gek,
overbodig en belachelijk gevonden, uitgevoerd worden.
Aan
boord van de Euterpe hadden wij een Katwijkse bootsman, een figuur zoals
nergens in de wereld een tweede rondloopt.
De
verhalen over hem, die wij van andere Katwijkers te horen kregen, waren zo
fantastisch dat ze op fabels en kwaadaardige verzinsels leken.
Door
onze eigen waarnemingen en ondervinding begonnen de verhalen echter hoe langer
hoe meer aan geloofwaardigheid te winnen.
Hij
had, voor die tijd vooruitstrevende onderbroeken, zij waren getint in diverse
kleuren. Helaas had hij ze te klein gekocht, al de kruizen waren er
uitgescheurd.
Boze
tongen beweerden door een oorzaak, die ik hier niet durf te omschrijven.
Zijn
vrouw had de volgende oplossing voor het euvel bedacht. Omdat de bijpassende
kleuren niet in een aanvaartbaar soort textiel gevonden kon worden,
had
zij in alle onderbroeken dezelfde kleur katoenen kruizen genaaid, namelijk wit.
Op
zichzelf was dat een goede oplossing, er was zo een harmonieuze eenheid aan
contrasten.
De
verschillen bestonden alleen door de oorspronkelijke kleur. De bemanning had
grote bewondering voor de vrouw van de bootsman,
die
deze oplossing toch maar bedacht en uitgevoerd.
De
bewondering sloeg echter om naar afgrijzen door de gewoonte van de bootsman.
Uitgerekend
in het Kielerkanaal, ging hij zijn was te doen om daarna zijn onderbroeken met
de, zo als wij het noemden,
mica ruitjes op Zondag aan een waslijn te laten wapperen. Zodat deze aan de
Duitse, aan het kanaal wonende mensen en de vele niets
vermoedende dagjes recreanten, ten toon werden gespreid. Voor het goede begrip, we
voeren altijd op Zondag door het druk bevaren kanaal.
De
reden daar voor was, dat we op Maandag losklaar in
Kopenhagen zouden liggen, zodat er geen kostbare dag verloren zou gaan.
Een
andere bijzondere gewoonte van hem was om een levens grote koffer mee naar huis
te slepen. De inhoud bestond uit één of twee paar vuile sokken.
Dit
laatste is door meerdere personen gezien toen hij werd gecontroleerd door de
douanen. Er ging een verhaal dat hij in Katwijk drie huizen had geërfd,
zodat hij van de huur opbrengst, indien hij een normaal leven zou hebben
geleid, rustig stil had kunnen leven. De bootsman genoot echter nogal van een
slokje,
maar hij had zelden genoeg geld op zak om aan zijn grote dorst te voldoen.
Hij dronk daardoor op de lat in zijn stamcafé.
Op
een kwade dag wilde hij het bedrag van de genoten dranken
zoals gewoonlijk laten bijschrijven.
De
caféhouder vertelde hem dat het de laatste keer was, hij had geen krediet meer.
De bootsman vroeg verwonderd of de caféhouder er wel
even rekening mee wilde houden dat hij eigenaar van drie huizen was en dat
hij, als de caféhouder vervelend ging doen, er zo één ten gelde kon maken.
De
kroegbaas vertelde hem, dat hij ze alle drie al ten
gelde gemaakt had, de huizen waren van deze dag af, met de hulp van Bachus,
in
het bezit gekomen van de kroegbaas. Mopperend over zoveel onrecht is hij naar huis
gegaan en heeft aan zijn vrouw gevraagd om even in zijn keel te kijken.
Het
brave mensje keek maar zag niets bijzonders, waarop de bootsman in grote
verwondering uitriep.
”Zij ziet niks, dat is onmogelijk, er moet wat
te zien zijn, drie huizen zijn door mijn keel
verdwenen, waar zijn die dan gebleven.”
Een
andere anekdote is ook van deze bootsman.
In
Katwijk was een banketbakker koster geworden, van de Gereformeerde kerk. Het
zat de bootsman nog al hoog, dat een bakker zomaar koster werd,
nog
wel van de Gereformeerde kerk. Na café bezoek en een flinke slok op, kon hij
zijn op een nacht zijn ergernis niet de baas en stond aan het hek van de
kerk schudden onder het uitroepen van gevleugelde woorden “hier is de
Gereformeerde koekfabriek.”
Hij
was gepikeerd dat hij ontwaakte in een politiecel. Dit soort mensen was het
zout in de pap, de verhalen werden steeds mooier,
maar
zoals als eerder is verteld, berust de oorsprong van de anekdoten op absolute
waarheid.
Dick