Meer
zwemmen.
Met
het SS Bennekom moesten wij suiker laden in een baai ergens aan de Westkust van
Cuba.
Voor de baai was een
zandbank waardoor we maar tot een zekere diepgang konden laden, daarna moesten
we naar buiten,
de zandbank over om verder af
te laden. In veel Zuid Amerikaanse landen word het schip bewaakt door z.g.n.
carabinieri, dat is een soort militaire politie.
Ze
hebben allemaal één ding gemeen, dat zijn de grote geweren die zij dragen. Voor
de rest heb ik nooit het belang of het nut voor de aanwezigheid
van deze carabinieri gezien, ze
kwamen bij aankomst aan boord en bleven tot aan vertrek nadrukkelijk aanwezig.
Om
met de heer Zonneveld te spreken, ze bleven mee-eten, er is heel wat voedsel
verstrekt aan die gasten.
Het
enigste voordeel van hun aanwezigheid was dat je wel
eens bijzonderheden van de stad of de weg kon vragen,
verder waren zij zo waardeloos als
tepels aan een mannetjes varken. Wij lagen daar al een paar dagen voor anker,
de wal op gaan was een hele
moeilijke toestand. Eerst moest Pedro, een bootman
worden geroepen, daarna koste het veel tijd om de
afstand tussen
schip en de wal te overbruggen.
De bootman roeide tempo tropica, geloof me dat is zeer langzaam.
Om
het tempo van Pedro op te voeren werd geopperd een
Spaanse peper op één van zijn meest gevoelige plaatsen te steken.
Door gebrek aan pepers en de
overweging dat die gasten, door het veelvuldig gebruik
van deze pepers,
toch niet optimaal zouden
reageren werd daar van af gezien.
Na verloop van tijd wilden we zwemmen,
het was zeer warm en een koele
duik in het lokkende water leek ons Hemels.
De
dichts bijzijnde bron om aan de weet te komen of er veilig gezwommen kon worden
was de carabinieri.
Op
onze vraag of er grande pisca’s waren, waarbij we de hap beweging van een haai
trachten na te doen, vroeg hij of we gek waren.
Haaien konden immers niet
over de baar, dat was de zandbank, wij moesten toch als zeeman, weten dat haaien
nooit in ondiep water kwamen.
Wij konden rustig gaan
zwemmen en niet dat het nodig zou zijn, maar ten overvloede zou hij wel
uitkijken en er voor waken dat geen enkel onheil onze kant uit zou komen, op hem
konden we vertrouwen. Een mannetje of tien ging
gerustgesteld zwemmen.
Eerst werd de gangway een stukje lager gevierd, zodat we, weliswaar met
enige moeite, uit het water op het bordes konden klimmen.
Er
blijft altijd een zekere angst om in onbekend tropen
water te zwemmen.
Ondanks de geruststellende beweringen van de carabinieri vertrouwde we het niet helemaal, daarom bleven wij toch maar in de buurt van de gangway.
Op het moment dat een paar wat verder weg zwommen, er gebeurde niets dus het kon wel, werd er van boord geroepen dat er haaien waren.
Vol ongeloof wuifden we terug, de dagen er voor was er geen haai te bekennen geweest en net als wij een stukje gingen zwemmen zouden ze er wel zijn.
Bovendien had de carabinieri ons verzekerd had dat alles veilig zou zijn en hij kon het weten. Lachend trokken we een lange neus.
Totdat de carabinieri vreemde sprongen makend en met zijn geweer in de lucht schietend aan kwam draven.
Onmiddellijk wisten wij dat er toch iets niet lekker zat. Een politieman of een militair moet de patronen die hij gebruikt verantwoorden.
In Zuid Amerikaanse landen gelden niet dezelfde voorschriften als bij ons, maar wij geloofde niet, dat ze ongestraft en zonder reden
een geweer leeg mochten schieten. Daarom begrepen wij, dat we als de gesmeerde bliksem het water uit moesten komen.
Ik heb geen water meer geraakt en ben over het water vliegend, als Donald Duck, naar de gangway gezwommen waar ik,
als een vliegende vis, op het bordes sprong. De volgende morgen kwam de agent van de maatschappij aan boord, hij had de ochtendkranten bij zich,
er stond een artikel in. Twee kinderen van vijf en zes jaar waren, door haaien vreselijk verminkt, op het strand gevonden.
We hebben het artikel onder de neus van de carabinieri gehouden zodat hij het goed kon lezen, je weet alleen niet of ze kunnen lezen.
Na die dag hebben we constant haaien van het merk hamer- en witpunt- achter het schip gehad.
Er wordt vanaf schepen nogal wat overboord gegooid, zoals overgebleven etenswaar en elke avond de z.g.n. kerrie-emmer uit de kombuis.
Misschien zijn ze daardoor aangetrokken, als dat zo is zijn we indirect schuldig aan de verminking en misschien zelfs de dood van twee kinderen.
Dit komt nu, terwijl ik het schrijf bij mij op, ik vindt het geen prettig idee.
Dick.