De verborgen tip van de kapitein Toen ik 19 jaar oud was, heb ik gevaren als jongste machinist op de mooie kustvaarder “Aletta” uit Groningenonder de vlag van scheepskantoor “Carebeka”. Gezagvoerder is J. Tuinstra, een vriendelijke wat stille man. De “Aletta” is bijna nieuw; het is mooi van lijn en heeft comfortabele hutten, welke uitkomen in een U-vormige gang met ramen aan de binnenzijde,
waardoor je in het hart van het schip kan kijken (de machinekamer); kortom, goed voor een mooie reis. Er wordt flink gewerkt, de maaltijden zijn goed en er is ook tijd voor andere zaken. Er is zelfs een recente boekenkist aan boord. Op zondagmorgen worden de opvarenden, die vrij van dienst zijn, uitgenodigd voor een gezellig uurtje in het woonverblijf van de kapitein.
De salon is direct onder de navigatiebrug gelegen. Een glaasje jenever of wat anders wordt geschonken. Over van alles en nog wat wordt gepraat. Om half Eén loopt de zitting ten einde en gaan we aan de middagmaaltijd. Omdat ik, naast mijn eigen werkzaamheden, belangstelling toon voor het nautische gebeuren, heb ik met kapitein Tuinstra een leuk contact. Wanneer hij zeewacht loopt, kom ik graag in het stuurhuis; vraag ik soms wat over navigatie en probeer niet in de weg te lopen; dat wordt gewaardeerd. De reis heeft drie maanden geduurd. Tijdens een van de laatste dagen van de reis ben ik op de brug; het schip vaart langs de Nederlandse kust met bestemming Antwerpen. Onder een beker koffie heeft Tuinstra mij de volgende gebeurtenis verteld. Vroeger in zijn woonplaats heeft hij een echte jeugdvriend gehad; eentje waarmee hij dagelijks is opgetrokken, zowel in schooltijd, als in vrije tijd; boezemvrienden dus. Om verder te studeren heeft Tuinstra zijn dorp verlaten en is op kamer gaan wonen in de stad, waar hij zijn opleiding volgt. Zijn jeugdvriend is hij toen uit het oog verloren. Jaren later op een winterse dag; loopt het schip van Tuinstra een haven binnen. Een vletterman vaart langszij om de trossen aan te pakken. Wanneer deze bij het achterschip is aangekomen, kijkt de man omhoog en Tuinstra herkent zijn kameraad van vroeger en groet hem. Die avond hebben zij elkaar ontmoet en bijgepraat over de achterliggende jaren. Direct na school is de vriend gaan werken; zijn studiekansen heeft hij niet benut. “En je ziet”, zegt de kapitein tegen mij; “door wat studie sta ik hier boven op de brug te kijken naar mijn jeugdvriend in dat kleine bootje daar beneden; hij maakt mijn trossen vast”. Het heeft even geduurd, voordat ik heb begrepen, waarom kapitein Tuinstra juist aan mij deze geschiedenis heeft verteld.
Hij heeft vooruit gezien. De “Aletta” is mijn laatste kustvaarder geweest. Eind april hebben we in Antwerpen afscheid genomen. In september van dat jaar ben ik in gaan studeren. En… met succes! Gediplomeerd ben ik opnieuw het zeegat uitgetrokken; zoals Tuinstra het heeft bedoeld.![]()
ALLETTA 1956
Eigenaar : H. Groen, Groningen
Beheer : Carebeka N.V., Groningen
Werf : N.V. Scheepswerf "Waterhuizen" J. Pattje / 225
Bouwjaar : 1956
Brt : 499
Nrt : 303
Draagv. : 860
Lengte : 58,81 meter
Breedte : 9,22 meter
Holte : 3,63 meter
Vermogen : 500 pk
Snelheid : 9,5 knoop
Imonummer : 5011781
Roepnaam : PCMQ
Kiel : 15-03-1956
Tewater : 02-06-1956
Proefvaart: 15-08-1956
Indienst : 16-08-1956
Mutatie:
1973 / Tarmac I
1978 / Inveran
19 oktober 1982 als Iveran op reis Amsterdam-Colchester gestrand nabij Wivenhoe,
Engeland door uitval van de motor.
24 oktober 1982 in ballast gearriveerd te Rotterdam en total loss verklaard.
Augustus 1983 gearriveerd voor de sloop te Hendrik Ido Ambacht.
15 januari 1984 gearriveerd voor sloop te Gent, België.