|
Op de heetste plaats en in het hart van het stoomschip,
op de stookplaat voor de deuren van de vuurhaard deed de wacht, het zwarte
koor, zijn plicht. De tremmer bracht de kolen in een ijzeren kruiwagen van de
bunkers naar de plaat waar de stoker dan het aangevoerde in de vuurgang
gooide. De derde man van de wacht, de donkeyman, zat achter de zweterige rug
van de stoker op een omgekeerde slakemmer en dronk een pijpje bier.
De donkey zoals hij kortweg genoemd werd dronk graag een biertje. Hij had
zelfs het uiterlijk van een pijpje, want bekeken van navel tot nek was hij
gelijkmatig rond. Volgens de stoker was de doorsnede van de donkey's buik
groter dan de vuurmond van de ketel. Deze gedachte had hij eens geuit tegen
de tremmer, die er echter een andere mening op nahield. -Volgens mij is de
vuurmond toch nog een ietsje wijder-, had hij toen geantwoord.
De donkey had als gewoonte vier tinnetjes achter elkaar te drinken. De lege
blikjes wierp hij dan rakelings langs het oor van de stoker in de vuurhaard
dan als de deuren openstonden. De stoker mocht de donkey niet. Want vaak,
vooral bij slecht weer en slingerend schip en nog vaker na het vierde
tinnetje was de koers van het blikje niet erg vast en vloog niet langs maar
tegen het oor van de stoker. En hieraan had de stoker een hekel. Ook de
tremmer had de donkey niet erg hoog zitten en hield de man het liefst op vier
streken. Vaak als hij dacht voorlopig genoeg kolen naar de plaat gebracht te
hebben en net van plan was om het eventjes rustiger aan te doen zei de donkey
gewoonlijk: "Ga de slakemmer maar eens legen, mol". Zo noemde hij
de tremmer meestal. Dus rust was er voor hem weinig bij, want de slakemmer
was altijd vol.
Deze moest hij onder de luchthapper slepen en dan met behulp van een derde
handje aan dek hijsen, waarna hij zelf naar boven moest om de slak in zee te
scheppen. Zo ook dit keer. Net toen hij uit zijn mijnschacht, zo noemde hij
de kolenbunkers, kwam met naar zijn mening de laatste kruiwagen van deze
wacht, zei de donkey: "Nog een wagentje kolen en dan nog een keertje
naar dek met je slak, dan heb je het er op zitten." Dan zit ik wel weer
in mijn overtime, dacht de tremmer. Zeker met het aanschietende zeetje van
vandaag.
Een kwartier later terugkomend met zijn kruiwagen was de stoker alleen op de
plaat. De slakemmer was weer eens vol, die moest nog naar dek en geleegd
worden. Bij het in zee scheppen, tussen de overkomende zeeën en nat wordend
van het buiswater, bemerkte hij dat er zich tussen de slak een ongeopend en
van de hitte rond geworden biertinnetje zat. Vreemd dacht hij. Maar veel tijd
om hier over na te denken gunde hij zich niet. Hij zat toch al in zijn,
weliswaar onbetaalde, overtime.
Bij het begin van de volgende wacht ontbrak de donkeyman. Hij werd zelfs na
uitgebreid zoeken niet gevonden. En in het journaal kwam de vermelding, dat
donkeyman Johannes Hoogteilen op de hondewacht als vermist werd opgegeven en
hoogstwaarschijnlijk met het slechte weer bij een overkomend zeetje over boord
was geslagen.
|